Kinderen met een diagnose

Er zijn veel kinderen met een diagnose. Het idee daarachter is vaak: ‘als we maar weten wat ons kind heeft, dan weten we tenminste hoe we met hem om moeten gaan’. Dit denken is wijd verbreid in de hulpverlenings- en onderwijsland. Ouders melden hun kind aan voor hulpverlening of therapie als zij een probleem ervaren. Vaak is een hardnekkig gedrags- of ontwikkelingsprobleem de aanleiding. Voorbeelden hiervan zijn: structureel moeite hebben met het beheersen van de impulsen, (erg veel) moeite hebben met situaties die veranderen, chronisch te veel angst ervaren in bepaalde situaties die niet bedreigend zijn, te weinig weerbaar zijn enzovoort. Ouders vragen zich daarbij af waar het gedrag vandaan komt en hoe zij ermee om kunnen gaan (én of het weer verdwijnt). Men onderzoekt een kind op diens probleem en komt met een diagnose. Voorbeelden van veelvoorkomende diagnoses zijn: ASS, PDD-NOS, een angststoornis, ADHD, ODD of CD…. de lijst is lang. Diagnoses bieden vaak een schijnoplossing. Waar een probleem vandaan komt is niet altijd helemaal duidelijk. Het is vaak ook niet nodig om dat te weten. Uitgebreid praten over problemen leidt niet sneller tot een oplossing ervan*.

Belangrijker is: wat willen we voor dit probleem in de plaats? Of, wat moeten we doen, zodat het weer gezelliger wordt thuis en de opvoeding weer leuk? En, welk label uw kind ook heeft, welk label u zelf als ouder mogelijk hebt, er is vrijwel altijd op enige manier mee te leven. Als je maar weet hoe je dat doet! Het minder heftig maken van het gedrag en het hanteerbaar maken van de situatie kan mogelijk het hoogst haalbare zijn. Maar, probleem (van voorbijgaande aard) of beperking (meer hardnekkig), er is altijd een doel te stellen en naar een gewenste oplossing toe te werken; al is de weg daar naartoe vaak anders.

Het COW biedt een andere kijk op gedrag. Ouders en leerkrachten leren anders kijken naar en reflecteren op hun eigen gedrag, in relatie tot het gedrag van het kind. De focus ligt steeds op wat werkt (bij dit kind, deze jongere of in dit gezin). Van hieruit ontdekken cliënten nieuwe mogelijkheden.

* al zijn er situaties bekend waarin het nuttig kan zijn voor de behandeling. Oplossingsgerichte therapie is in die zin niet ´probleem fobisch´. Meestal echter is het niet nodig.